Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test

plaatje

 

DE NSCCT

NSCCT staat voor: Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test.

Inhoud en gebruik
Voor elk van de drie jaargroepen 4, 6 en 8 zijn er vijf subtests met gelijke inhoud maar opklimmende moeilijkheidsgraad: Figuur samenstellen (20-22 items), Exclusie( welk figuur hoort er niet bij) (19-24 items), Getallenreeksen( score numeriek) (10-12 items), Categorie├źn (15-20 items), en Analogie├źn (15-25 items). De laatste twee subtests hebben zowel een verbaal als een non-verbaal gedeelte. De leerling moet steeds uit vier alternatieven het juiste antwoord kiezen.
De NSCCT kan klassikaal worden afgenomen. De afname duurt 1 uur.
De NSCCT wordt gebruikt om de leermogelijkheden van een leerling in te schatten en onderpresteerders op te sporen. De test kan ook in groep 8 worden gebruikt om de keuze van een vervolgopleiding te ondersteunen. Door afname in groep 4 en 6 en 8 kan de intellectuele ontwikkeling worden gevolgd.

Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test (NSCCT)

Met de Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test (NSCCT) kunt u tussentijds de opbrengsten van het onderwijs bepalen. Deze toets kunt u afnemen in groep 4 en groep 6. De NSCCT vergelijkt kinderen niet langer met een gemiddelde landelijke score, maar met een kenmerk van zichzelf, namelijk leerpotentie.

Leerpotentie
Kijken naar de leerpotentie van een kind past goed bij Passend Onderwijs. Het laat zien dat een kind met een IQ van 70 het best heel goed kan doen op uw school. Past deze score bij zijn intelligentie? Een E-leerling met een IQ van 70 zal immers altijd een E-leerling blijven. Een kind met een IQ van 120 die de toets goed maakt, hoeft echter niet per definitie voldoende geleerd te hebben in zijn schooltijd.

Dus is het van groot belang dat de opbrengstbepaling mede bepaald wordt door het IQ.

Interpretatie
Als de schoolvorderingen erg afwijken van de intelligentie, kan dit twee dingen betekenen. Als de schoolvorderingen beter zijn dan de intelligentie van kinderen, doet een school het goed. Andersom is het een zwakke school.
Voorbeeld: welk figuur is anders:

 

Plaatje1

 

 

Plaatje2